“Afrika is besmettelijk!”

Het is een gewone zondagochtend, eind januari. We hebben de avond ervoor doorgebracht op de ‘farm’ van onze blanke Botswaanse vrienden, waar het feestmaal, een heel varken, 6 uur lang heeft rondgedraaid aan het spit om daarna gulzig verorberd te worden door het gezelschap; een mix van blanke Botswanen, blanke Afrikaners en Europeanen (wij uit Nederland en oorspronkelijk Engelsen), die hier hun geluk zoeken of hebben gevonden. Het is een prachtige, heldere nacht. Ik geniet van het vers gebraden, malse vlees, maar met name van de eindeloze sterrenhemel. Zonder valslicht, van huizen, lantaarnpalen etc. en zonder maan of bliksemflitsen, worden in de duisternis van de ‘bush’ alle zintuigen op scherp gezet. Je ruikt de frisse, zuurstofrijke lucht van alles wat leeft; planten, dieren, de aarde, vermengd met de geur van vers gebraden vlees. Je hoort de geluiden van alle soorten en maten, hoog en laag zingende insekten met het geroesemoes en gelach van de mensen er tussendoor. En je ziet naast de schimmen van bomen en mensen alleen nog de ontelbare, magisch schitterende sterren boven je hoofd. Je ziet zelfs de melkweg in het noorden, die je hier alleen kan zien wanneer het kraak en kraak helder is. Elke keer weer wordt ik betoverd en voel ik me een klein en nietig, maar een gelukkig mens! Ik kan er uren naar blijven kijken. Tevreden trek ik me terug in ons huisje, die ons beschermd tegen de heftige stortregens die soms de hele nacht kunnen aanhouden en een oorverdovend lawaai geven op het metalenplaten dak . Omdat het dak niet geheel waterdicht is moeten er op sommige plekken, emmers en handdoeken neergezet en gelegd worden als voorzorgmaatregel, om de volgende ochtend niet in een plas water te stappen. Vannacht is dit allemaal niet nodig, want het zal een kalme en vredige nacht zijn. Ik val als een blok in slaap en wordt alleen om klokslag 4 uur s’nachts wakker van het gezang van 1 van de jeugdkerkkoren in de buurt, die  marcherend langs ons huisje komen. Ondanks dat ik het meestal niet op prijs stel om ruw uit mijn dierbare slaap te worden gewekt door meestal dronke zatlappen die schreeuwend voorbij komen wagelen, muziek dat boven alle desibelen uit de spiekers geblazen wordt, vechtende honden, gillende biggen en knorrende varkens of een kraaiende haan (allemaal onder mijn raam!) die aan zijn stembanden geopereerd zal moeten worden. Of anders wil ik de operatie wel even uitvoeren door gewoon z’n strot door te snijden of z’n kop met 1 slag van een bijl af te hakken! Dit klinkt misschien wat gewelddadig, maar mijn slaap is heilig. Zonder genoeg slaap, kan ik niet meer functioneren en sta ik niet meer voor mezelf in. Maar in deze vredige, rustgevende nacht, kan ik genieten van de bijzondere zang van lage jonge mannenstemmen en de hoge lead zang van de vrouwen. Het klopt. Het ritme en de stemmen bij elkaar. Na even onder aan mijn raam stil te hebben gestaan, vervolgen ze marcherend hun weg. Ik val na enkele seconden weer in slaap om pas laat in de ochtend weer geheel uitgerust wakker te worden. De zon staat al hoog aan de helblauwe hemel. Zondag is wasdag dus ik zet alvast mijn was in een emmer sop. Kan het vast weken en intrekken en is het straks gemakkelijker om de was met de hand schoon te krijgen. Ik geniet van het vrije, relaxte zondagsgevoel en duik nog even terug in bed om mijn boek uit te lezen: “Afrika is besmettelijk”, over de ervaringen van een Arts zonder Grenzen in Congo. Ondanks dat het gaat over een oorlogsgebied, wat zowel Ghana als Botswana niet is. Gelukkig! Is veel van wat hij beschrijft over het ‘leven in Afrika’ zo herkenbaar voor mij, dat het onvermijdelijk is dat ik ‘geraakt’ wordt door zijn mooie, typerende beschrijvingen. Nu, aan het einde van het boek de intensiteit van zijn gevoelens en emoties nog meer op de voorgrond komen te staan, kan ik mijn tranen niet meer bedwingen. Ik voel met hem mee, nee beter gezegd; ik voel wat hij voelt, want ik heb het zelf ervaren. Afscheid nemen van Afrika is onmogelijk als je het eenmaal hebt gezien, ervaren en het tot in al je porieen is doorgedrongen. Je wordt getroost door de mensen, die zeggen geen ‘gedag’ te kennen, maar alleen maar geloven in ‘tot ziens’. Net als de eerste tranen na 3,5 maand in Botswana over mijn wangen rollen komt Laurens (‘partner in crime’ ofwel collega) mijn kamer binnen. Ook goedemorgen! Hij is verbaast als hij mijn betraande gezicht ziet en ik leg hem uit dat het door het boek komt dat ik aan uitlezen ben. ‘Huh, ik dacht dat jij zo’n ‘tough lady’ was!’, zegt hij lachend. Tja, dat lijkt misschien zo ja. Hij laat me snel weer alleen, maar hetzelfde scenario herhaald zich 10 minuten later. Er wordt aan de deur geklopt. Snel droog ik mijn tranen, doe ik mijn traditionele Afrikaanse doek om en doe de deur open. Onze buurjongen en –meisje staan voor de deur om een mobiel op te laden. Ze hebben geen stroom bij hun huis en vragen beide om een ‘piece job’. Ze hebben wat geld nodig voor transport, de aanschaf van iets of eten. Laurens geeft zijn was uit handen en vraagt zich af wat hij dan moet gaan doen. Altijd bang dat hij niet genoeg doet. Ik wijs naar onze stoffige huisje, waar hij wel een tijdje zoet mee zal zijn. Verder heeft hij ook nog een projectplan uit te werken voor ons Community/Sport event voor morgen. Na mijn was heb ikzelf ook nog genoeg dingen in mijn hoofd, die ik allemaal wil doen, maar het is zo’n mooie dag en door het boek ben ik weer geinspireerd geraakt om te gaan schrijven. Dus vliegen mijn vingers over de toetsen van het toetsenbord en beschrijf ik wat ik zie en voel. Ondertussen is onze buurjongen druk bezig in onze tuin. Aan het snoeien om de dode sinaasappelboom weer tot leven te brengen en de granaatappelboom harder te laten groeien, onkruid wieden, de harde, droge grond omploegen om de grond vruchtbaarder te maken en een tweede sinaasappelboom te kunnen planten. Als ik hem complimenteer over zijn goede, zorgzame werk lacht hij blij en tevreden en zegt; ‘so it can grow happilly.’ ‘Yes, a new and happy life!’, beaam ik. Hij heeft eindelijk weer een gevoel van voldoening, na dagen, weken en maanden alleen maar thuis zitten en hopen op verandering in zijn leven. Zonder geld en een baan, kan hij niks anders dan afwachten en vertrouwen hebben dat er op een dag iets gebeurt. Misschien dat dat volgende week zal zijn, want hij vertelt enthousiast dat hij dan naar Francistown gaat om voor zijn oom in een winkel te gaan werken. Misschien dat dan alles anders wordt, als hij niet net zoals zijn zus, zo slecht betaald (minder dan 60 euro p/m, voor 48 uur p/w) en behandeld wordt (klagen, comanderen en geen enkele waardering) dat hij het werk na 2 maanden al opgeeft en toch kiest om dan maar thuis te zitten en te wachten op iets beters. Ik hoop het beste voor hem! En voor zijn beide zussen natuurlijk.

Ondertussen zijn we na een heerlijke vakantie met mijn ouders in het Noorden van Botswana en Zambia, weer hard aan het werk. We zijn nog steeds erg druk met het herstructureren van het nieuwe schoolprogramma, maar het begint nu allemaal aardig een gestructureerde vorm aan te nemen en soepeler te lopen. De playschool klassen (in totaal 40 kids) lopen beide erg goed. Alle kinderen komen bijna elke dag dus volle bak en de nieuwe kinderen (29) lijken al beter op hun gemak. Sommigen voelen zich zelfs al helemaal vrij en genieten zichtbaar van de nieuwe prikkels op school. De help class (huiswerkbegeleiding, klasikale les, individuele begeleiding en sport) loopt ook, ondanks dat deze week en vorige week maar 1 leerkracht (de andere is opgenomen in het ziekenhuis met nog steeds onbekende oorzaak van ziekte) aanwezig is en ik dan. Laurens en de ‘soccer boy’ zijn ervoor de sport. Gemiddeld komen er nu 15 kinderen per dag, die ook zichtbaar genieten van de lessen en de sport. Maar de bedoeling is om in totaal 20 kinderen te hebben plus nog 5 kinderen met een leerachterstand, die we individuele begeleiding bieden. Hierbij willen we een nauwe en structurele samenwerking met de gemeenschappelijke basisschool bewerkstelligen om meer kinderen te kunnen bereiken en aangepaste begeleiding te kunnen bieden. Tijdens de afgelopen meeting met alle leerkrachten en hoofd van de school kwamen zeer positieve reacties naar voren. Dus dat belooft wat! Daarnaast zijn we druk met het organiseren van een community/sport event, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De Botswaanse organisaties en lokale overheid zijn gek op ‘meetings’, maar als puntje bij paaltje komt, gaan er weinig tot actie over. Dus wij proberen geduld te hebben, maar ook wat activiteit te stimuleren. We zullen zien wat ervan komt, maar we geven het nog niet op!

Maar jullie hebben nog een verslag van mijn reis tegoed. Het was super om weer met mijn vader en moeder te zijn, ze kennis te laten maken met mijn leven hier en samen te reizen en te delen. Het was helaas alleen wat korter dan twee weken samen, aangezien ze hier pas een dag later dan gepland aankwamen door vertragingen en overboekingen met het vliegtuig, verkeerd rijden en een lange wachttijd bij de grens van Z-A en Botswana. Gelukkig hadden ze nog net optijd een slaapplek voor de nacht gevonden in ZA en stonden ze niet in het donker voor een gesloten grens in ‘the middle of nowhere’. Dat is in ZA zeker geen fijn gevoel en ook geen klein risico voor twee blanke toeristen met een dikke lading bagage plus huurauto. Uitgeput van de hitte en na een zware, lange reis kwamen ze eindelijk, gelukkig gezond en wel, aan in Serowe. “Dat doe ik NOOIT meer!”, zegt mijn moeder als eerste, maar al snel komen de spannende en enthousiaste verhalen over hun reis tot nu toe. Gelukkig maar denk ik, want er staat nog heel wat voor ze te wachten met al die km’s, die mijn geplande reis met hun omvatten. De reis naar Kasane is 1 hele dag, zonder stops en meer olifanten op de weg dan auto’s. We zitten in een prachtig groot huis aan de Chobe rivier! Met de ondergaande zon op het water en de olifanten in de verte is mijn moeder ook deze weg snel weer vergeten en genieten we volop van alle luxe en natuur om ons heen. Tijdens de game drive in Chobe Game Reserve hebben we pech met de dieren, omdat het de nacht ervoor heeft geregend en alle dieren verder het park in zijn geemigreerd, dat 1100 m2 is. De regen zorgt voor meer drinkwaterplekken in de bush, dus is er is voor hen geen noodzaak om helemaal naar de rand van de rivier te komen. Alleen voor de nijlpaarden, krokodillen en vogels is het zinloos om weg te gaan bij de rivier. Maarrr… 1 mannetjesleeuw had ook niet zo’n zin die dag en koos tot onze vreugde voor een luie dag onder het struikgewas. Eindelijk die leeuw gezien, waardoor alleen de luipaard nog aan mijn ‘real life experience’ met de beroemde ‘BIG five’ ontbreekt! Samen met Laurens op zijn ‘tiger fish’ gevist, maar dat wilde niet lukken tot zijn frustratie. Ik was al helemaal blij met mijn boottocht in een speedboot, die ik ook nog eens zelf mocht besturen. Prima! Toen de boot vast kwam te zitten op de rotsen (gelukkig niet door mij) naast de nijlpaarden, die ons goed in de gaten hielden (want je weet maar nooit of er per ongeluk eentje van de boot valt) was het even zweten! Na de boot een paar keer flink op en neer te hebben gedeind, waren we weer los. Pfff! Mijn ouders waren dolgelukkig met hun cappachino in 1 van de luxere lodges. Daarna kwam het volgende opstakel; de grens van Botswana en Zambia. Na 5 uur in de rij voor de veerpond over de Zambezi rivier en voor alle verschillende kantoortjes van douanebeambten, grenswisselkantoor, belasting, verzekering en tol etc., werden we weer flink op de proef gesteld en afgezet, als ontwetende toeristen in een onderontwikkeld en dan tegelijkertijd ook meteen weer corrupt land als Zambia. Ik probeerde me elke keer weer in te houden tegenover weer een ander beambte of burger, die ook een graantje probeerde mee te pikken van het afgetroggelde, zwarte geld. Maar na 5 uur had ik het gehad en riep ik tegen iedereen die te dichtbij kwam en weer iets van ons wilde hebben (en dat waren er tientallen); ‘You don’t welcome tourists like this, so next time they dont want to come to Zambia again!’. Maar het maakte niet uit wat ik zei, want waarschijnlijk doen ze het al jaren op deze manier, de toeristen blijven toch komen en zijn gewoon een gemakkelijk doelwit voor dit soort corrupte praktijken. Je trekt toch aan het korste eind en er zit niks anders op dan je portemonnee te trekken en te doen wat ze je vragen. Terug in de auto en lief lachend naar alle politie langs de kant van de weg komen we diezelfde dag toch nog aan in Livingston, vernoemd naar de ontdekkingsreiziger en ontdekker van de adembenemende Victoria Falls. En dan ben je het voorafgaande in 1 klap vergeten! Ik ben weer verliefd geworden… op dit land, met z’n prachtige natuur en meest vriendelijke, open en krachtige mensen. Ook weer zo anders als Botswana! We hebben een tocht gemaakt naar ‘Devil’s pool’. Na een mooie route door het water, over stenen en rotsen, een stuk zwemmen en 1 grote sprong, zat je werkelijk op de rand van de immense waterval! Letterlijk; ‘Living on the edge!’, wat een ervaring!! Blij dat ik mijn beide ouders en collega niet was verloren op 1 dag (mijn moeder zwom niet hard genoeg door de sterke stroming zodat ik haar bijna over de rand van de waterval zag verdwijnen. Gelukkig was daar nog een extra safety line en onze sterke gids! En mijn vader gleed uit op ‘moment supreme’, de sprong in devil’s pool, waardoor hij in de verkeerde stroming terecht kwam. Gelukkig was daar weer onze alerte en snel reagerende gids! En Laurens die zijn benen door de stroming niet omlaag kon houden en in paniek bijna koppeltjeduikend over de rand verdween, die ik aan z’n armen terug moest trekken.). Met 3 levens gered, en een machtige ervaring rijker, was het een geslaagde en onvergetelijke dag! Mijn vader merkte achteraf nog op dat ze hier in Europa nooit een vergunning zouden krijgen en Laurens zei dat ik nog spijt zo gaan krijgen dat ik z’n leven had gered. Maar mijn moeder was trots dat ze haar angst en zichzelf weer had overwonnen. Eind goed, al goed!

Het afscheid met mijn ouders is onontkoombaar en ook eerder dan bedoeld. Vanwege de lange afstand en alle blokkades op de weg kunnen ze het niet riskeren om te laat op Johannesburg airport aan te komen voor hun vliegtuig terug naar NL. Dus vertrekken ze op 2e Kerstdag en hebben ze drie dagen de tijd om van Zambia, door Botswana terug naar Zuid-Afrika te komen. Deze reis ging achteraf voorspoediger dan de heenreis, maar toch bleken ze de tijd hard nodig te hebben. Ondertussen hadden Laurens en ik uiteindelijk besloten om niet naar Namibie, Zimbabwe, Mozambique of terug naar Botswana te gaan, maar om met de bus door te reizen en meer te zien van het mooie land, Zambia! Van de hoofdstad, Lusaka, naar het betoverende Lake Kariba aan de grens met Zim. Het pure leven in het vissersdorpje Siavonga was een ware oase voor mij! Kamperen aan het oogverblindende meer tussen allerlei soorten dieren en met elke dag weer een andere adembenemende zonsondergang. Het eenvoudige, primitieve, dorpse leven van de mensen, met elkaar delend van elke levensbehoefte; voedsel, onderdak, verdriet, liefde, lust en geluk en de voelbare saamhorigheid… veel deed me denken en herinneren aan het leven in Ghana. Zo puur en intens!! We sloten onze reis af met een bijzonder Nieuwjaarsfeest in de Zambiaanse hoofdstad. Vooral veel zwarte, dansende en zwetende mensen op een hoop dus wij gingen verplicht ook dansend en zwetend, maar nog net niet zwart, het nieuwe jaar in! Een prima start 2011 vonden we allebei. Toen nog de hele weg terug…. Ons (bijna letterlijk) vechtend, eerst staand en daarna zittend in het gangpad, een plaatsje in de bus bemachtigt en net niet langs de kant van de weg gedropt, waren we binnen 2 dagen en een rit van 15 uur achtereenvolgens in de bus, sneller dan verwacht weer thuis, in Serowe. Home sweet home!

This entry was posted in 2011. Bookmark the permalink.

Comments are closed.