By the Grace of the almighty GOD!

Even terug kijken……..

Begin maart was er vier dagen achter elkaar avonddienst van de kerk. Aangezien dat aan de andere kant van Agbozume was en een behoorlijk stuk lopen, vroeg David mij hun met de bus te brengen. Nooit een probleem voor mij om te rijden natuurlijk, graag zelfs (heb ik het stuur tenminste in eigen handen i.p.v. zo’n trotro driver, die naast het stuur vooral je leven in zijn handen heeft. Overgave is weer je enige keus. Minder!). Maar het is wel een probleem als de autopapieren nog steeds niet in orde zijn. De bus is nog steeds niet officieel ingevoerd, omdat ze belachelijk veel geld hiervoor vragen en het nu via Social Welfare geregeld wordt wat natuurlijk weer eeuwen lang duurt. Waarom? Is geen duidelijke verklaring voor. Dus weer geduld hebben. Maar goed, als de politie ons dus pakt zijn we het haasje en is de bus al snel een mooie donatie aan de politie i.p.v. aan het project. Ik mag dus alleen af en toe een klein rondje maken, de hoofdweg vermijdend, om de motor op gang te houden en ff te gillen met de kids, die het elke keer weer prachtig vinden. Maar nu mocht er een uitzondering worden gemaakt, omdat het donker was en blijkbaar weinig politie op straat. Oké, “By the Grace of God” maar weer! We gingen tenslotte ook naar de kerk. Maar, wat een ervaring weer…. rijdend in het donker, met grootlicht, want anders kun je geen hand voor ogen zien en raak je hoe dan ook een motor, want die rijden nog steeds als gekken over die slechte zand en hobbelwegen, met 1 bus tot de nok toe gevuld met zo’n 30 mensen (bijna het hele weeshuis = niet overdreven!!). En met kinderen die je de weg moeten wijzen, waar het inzicht t.a.v. autorijden totaal ontbreekt dus op een manier de weg wijzen alsof je op de voet bent (dus met aanwijzingen op het allerlaatste moment). Dit betekende dat we op de hoofdweg al bijna drie auto’s boven op ons hadden zitten, omdat ik ineens moest remmen om af te slaan in een weg wat je geen weg kan noemen (veel te smal!). Iets verder op moest ik een korte bocht nemen, waar deze bus veel te lang voor was dus tikte ik even een bankje aan, waar de mensen die erop zaten net op tijd vanaf konden springen (Oeps, sorry!), maar het mooiste moest toen nog komen! We moesten zo dicht mogelijk bij de kerk parkeren, waarvan ik dus niet wist waar die was en waar je ook geen flauw benul van kon hebben in het pikke donker en alleen maar zand, palmbomen en hutjes om je heen ziet. Ik moest me dus laten leiden en maar blijven vertrouwen op de oudere kinderen, die de weg zouden weten. Dit resulteerde uiteindelijk in een duidelijk overvol geladen en dus te zware bus, die vast zat in het mulle zand tussen de palmbomen. Tja, zie hier maar eens uit te komen als je niet kan draaien, steeds verder de banden het zand in draait, totdat ze tot de helft door het zand waren bedekt. 20 sterke kinderen bleken toch ook niet genoeg mankracht hiervoor. Daar sta je dan met je goede gedrag. Hihi!! Ik kon er nog wel om lachen, maar hoopte toch niet dat we de bus daar echt achter moesten laten. Na veel bloed, zweet en tranen (een uur duwen, gassen in de vooruit en achteruit, wielen graven en draaien, nog meer mankracht, aanwijzingen over en weer en palmbladeren onder de wielen) kwam er weer beweging in. Yes! Maar nu nog op goed geluk in z’n achteruit tussen de palmbomen door manoeuvreren, zonder te stoppen (anders zat ie weer vast!). Doodeng met zo’n lange bus, waar ik in de spiegels de achterkant niet eens van kon zien in het donker. Dus moest ik dit x echt blind vertrouwen op de Ghanese aanwijzingen van een gozer, waarvan ik betwijfelde of hij zelf überhaupt een rijbewijs had (aangezien hij geprobeerd had het stuur over te nemen, maar na de bus 3 x af te laten slaan, liet hij toch maar weer aan mij over). Maarrr…GOD was met ons en was ons deze avond zeer genadig, want uiteindelijk zaten we met z’n allen goed en wel (adrenaline zat nog voelbaar in mijn bloed) in de kerk. Nou ja, kerk, zoals die er hier uit kunnen zien. Veel mensen en kinderen op een aantal bankjes in het zand tussen de palmbomen en onder de blote sterrenhemel, alleen verlicht door het maanlicht. Met een microfoon in zijn hand werd er door de pastoor gepreekt, gebeden (vooral schreeuwend en met veel heftige handgebaren naar de hemel reikend). Het Ewe werd door onze tolk (1 van de kids) vertaald, zodat we de prachtige bijbelverhalen en verkondigingen over god en de duivel, hemel en hel, goed konden volgen. Ik gaf toch de voorkeur aan het zingen, dansen en trommelen. Het leek wel een concert! (Nog net geen John Legend, haak en per ;)) Helemaal toen ook bleek dat je gewoon op de grond mocht gaan zitten of liggen en de kinderen vervolgens stuk voor stuk in slaap vielen. Het kan en mag allemaal. Mooi! Zo is naar de kerk gaan tenminste leuk en aantrekkelijk, ook voor kinderen. Die zingen, dansen en bidden (of slapen) fanatiek mee. Dat kun je je bij ons in de kerk toch niet voorstellen allemaal! Mam, als je me hier had opgevoed had je niet zoveel moeite hoeven doen om me het geloof bij te brengen. Hier helpen ze je allemaal nog een stevig handje mee om me alsnog te bekeren tot Christen. Ze snappen er echt niks van als je zegt dat je niet gelooft en vinden het erg jammer, zonde en kwalijk voor mij, want zonder God is je leven hier gewoon niks waard. Er wordt nu hard voor me gebeden, zodat ik hem ooit nog binnen laat en om me alsnog in de hemel te laten belanden. Nou, daar hopen we dan maar op! Deze avond was er 1 om in ieder geval niet te vergeten.

Nog een dag om niet te vergeten….met z’n het hele weeshuis een dagje naar het strand in Denu!! Floorke (vriendin van Hester) en ik hadden alles geregeld; 2 trotrobusjes, eten, drinken, fruit, koekjes, ballen en ander speelgoed voor 32 kinderen + 6 stafleden. Hester en ik hielden ons hart al vast met de gedachte aan al die kinderen (zonder zwemdiploma) in die wilde zee (waar ik dus bijna in ben verdronken!). Dus toen uiteindelijk alles was ingepakt en de busjes volgepropt zaten, hielp het niet echt voor onze gemoedsrust dat David, Hester nog ff duidelijk op het hart drukte dat wij verantwoordelijk waren, aangezien hij zelf niet mee ging. Oke, duidelijk! Aangekomen stormden ze natuurlijk allemaal als gekken op de zee af, wij erachter aan rennend. Na de eerste golven kwamen er veel verschrikte gezichtjes weer boven water, maar snel waren deze sterke en onvermoeibaar lijkende kinderen gewend in het water. Doodeng!! Dus ik zat maar te schreeuwen de hele tijd (zag mijn moeder helemaal voor me) dat ze niet te ver moesten gaan, de kracht van de zee onderschatte en moe zouden worden en ik ze niet kon redden als ze meegesleurd zouden worden. Maar onverschrokken en onverstoorbaar lieten ze zich elke keer weer meesleuren en leken er geen genoeg van te krijgen. Ik waagde me niet verder dan tot mijn knieën in het water. Nou ja, weer 1 x geprobeerd en toen stonden de schaafwonden alweer op mijn benen dus NIET meer! Ik heb met verbazing en bewondering naar al die kinderen (groot en klein) gekeken, die zo sterk en onverschrokken elke keer die enorme golven weer trotseerden en lachend en onbezorgd weer boven water kwamen. De meeste hebben de hele dag in de zee doorgebracht en vonden het fantastisch. Vermoeid, voldaan en opgelucht (dat niemand verdronken was), zaten we weer in de bus terug. Een geslaagd dagje uit, wat me een bijzonder gelukkig gevoel gaf om die kinderen allemaal zo ‘happy’ te zien.

Het volgende weekend moesten we onze vrije zondag en geplande (zorgeloze, dit x zonder kinderen) stranddagje inwisselen voor een grote schoonmaakdag en administratie op orde-dag. De inspectie zou maandag echt op de stoep staan dus David hield weer zijn adem in. Dus alle kamers weer uitgekamd, geveegd en geschrobd. Was wel weer nodig. Die maandag konden we eindelijk opgelucht adem halen; het weeshuis was niet gesloten! Met name omdat we bezig zijn met een nieuw gebouw als slaapvertrekken voor de jongens, die nu bijna af is.

Die week ook een bezoek gebracht aan het ander schoolgebouw (soort dependance) van David in een klein dorpje, Amedzikofe, verderop. Met z’n tweeën (Floorke en ik) achterop de motor dwars door the middle of no where. Dat is dan zoo Afrika en geeft me zo’n vrij gevoel. Onbeschrijfelijk mooi en bijzonder! Wat een rust, maar ook erg afgezonderd hoe de mensen daar leven. David vertelde dat dit ook voor hem een bijzondere plek is om tot rust te komen. Een heel klein schooltje met helaas half lege klassen. Andere kinderen hadden het schoolgeld niet betaald of moesten met hun ouders op het land werken. Daarna hebben we het stuk land van David met vooral cassave, dat daar wordt verbouwd, bezocht. Het oogstseizoen begint dus in de vakantie van begin april tot begin mei, moet daar hard worden gewerkt om weer te kunnen voorzien in ons eigen eten (wat op de markt veel duurder is).

This entry was posted in 2009. Bookmark the permalink.

Comments are closed.