“Live your dream!!”

Het leven in Ghana is mooi, puur, vredig, basic, traditioneel, hoop- en vreugdevol, 1 met de natuur en valt ook niet altijd mee. Het boerenleven in dit majorseizoen is niet gemakkelijk. Zeg maar gerust; ZWAAR! Ik spreek nu uit eigen ervaring. Niet alleen lichamelijk, het werk op zich, zoals van zonsopgang tot zonsondergang in de hitte of stromende regen op het open veld mais en bonen oogsten (soms meer dan 12 uur op een dag!) en na zonsondergang en voor zonsopgang weer op de uitkijk staan of niemand je oogst jat (want iemands land betreden om overgebleven of vergeten oogst toe te eigenen, blijkt hier in de communities ‘gedoogd’. Dit gebeurd zelfs onder je eigen ogen, als je nog aan het werk bent! Maar dat is dus niet de bedoeling, dus wordt je gedwongen om met heel je hart en ziel je eigen stuk land te bewaken. Of mijn eigen leven ervan afhing, heb ik meegestreden hoor. Niemand had nog nooit zo’n ‘wicked yevu’ gezien! haha), maar ook mentaal, het incasseringsvermogen hebben als de oogst is mislukt of door slechte planning, tekort aan mankracht en tijdgebrek, is vergaan. Dan is er maar 1 conclusie te trekken en dat is; ‘Daar gaat je eten (basisbehoefte nummer 1, heb ik geleerd!), waar je de komende tijd van had kunnen leven!’. Dan moeten er rigoureuze maatregelen worden genomen, zoals een langverwacht uitje of meer dan welverdiende vakantie aan de kant zetten. In plaats daarvan is het weer werken; ‘We will finish hard!’ Is de veelgehoorde uitspraak van David en de kinderen (die zijn overgebleven (10 in aantal, waaronder zijn eigen kinderen), omdat de meeste kinderen voor de vakantie naar familieleden zijn. Ondertussen wordt er constant gewaakt dat de yevu’s (Sandra, Eva (2 Duitse vrijwilligers) en ik) niet te hard werken en worden we bijna gedwongen tot rustpauzes om de zoveel tijd. Dan voel je juist dat je moe bent, dus werken we liever door. Maar volgens David is onze huid niet gemaakt voor dit soort werk. En daar zit wat in! Maar de yevu’s (= de witten) zijn eigenwijs, wilden ook hard meewerken en ervaren wat ‘finish hard’ betekent. Gevolg; uitslag en striemen op benen en armen, verbranden nekken en schouders, blaren op de handen, en last van enkels, nek en rug. Zwak ras zijn wij eigenlijk he?! Maar we weten nu wel waar we over praten, dusss……

En na drie dagen achter elkaar zwoegen was de verdienste een dag rust om daarna weer verder te gaan met drogen en pellen en op naar een ander stuk land (in totaal 8 stukken farmland), die het weeshuis weer een half jaar van eten moeten voorzien. Die arme kinderen zagen hun beloofde vakantie uitje weer door hun neus worden geboord, aangezien er geen geld is om andere ‘werkers’ in te zetten om dit werk te laten doen. Natuurlijk zie ik en ook zij dat de prioriteit bij voedsel ligt in plaats van vakantie vieren. Maar ik zie ook, dat deze kinderen en met name David en Victoria na jaren, vanaf 1994 dus 15 jaar lang, aan 1 stuk door werken (zonder vakantie, weekend of zelfs 1 dag vrij!) rust nodig hebben!! David en zijn vrouw zijn niet jong meer en doodmoe, maar halen al hun kracht en doorzettingsvermogen uit het geloof. Ik vind het nog steeds ongelooflijk en meer dan bewonderswaardig om die twee bezig te zien en denk vaak dat ik allang dood was neergevallen. Ook bijzonder om te zien dat het geloof in God zo’n grote invloed kan hebben en van toegevoegde waarde kan zijn aan het leven. Voor het eerst zie ik van dichtbij en ervaar ik echt hoeveel steun, vertrouwen en kracht je hieruit kan halen. Voor mij en vele anderen in onze westerse samenleving geldt zien = geloven, maar voor hun en alle andere mensen hier geldt geloven = zien! Kon ik maar zo geloven als zij, denk ik dan. Maarrr… uiteindelijk eist dit werk toch z’n tol. Het is niet voor niks dat na de start van de schoolvakantie en nadat de meeste kinderen waren vertrokken naar familieleden, Victoria (vrouw van David) onverwachts moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Oververmoeid waarschijnlijk en met uitdrogingsverschijnselen aan het infuus. Sophia (dochter van 10 jaar) ging haar bijstaan in het ziekenhuis in Keta, waar ze pas na 5 dagen werd ontslagen. Nog steeds erg verzwakt en vermoeid kwam ze terug. Ondertussen had ik met Bernard (= caretaker), als enige overgeblevenen van de staf (de rest is met vakantie en David zat in Accra), te dealen met weer enkele malaria patientjes, dus weer bezet met verzorging en ziekenhuisbezoekjes. Arme kids! Ik zeer dankbaar dat de malariamug mij nog steeds heeft gespaard, maar door de ijzige STILTE en gemis van de kinderen om me heen, ben ik (zoals dat meestal werkt bij mij) weer meer in mijn hoofd gaan zitten, veel nadenken en piekeren, met als gevolg natuurlijk; Migraine!! Joepie (maar niet heus), dat was lang geleden. Dus drie dagen in en rond het bed in mijn kamer, nog eenzamer, alleen en kut gevoeld… BAH, niks aan! Bizar te voelen hoe ik me aan deze kinderen heb gehecht, dus dat wordt nog wat als ik straks echt afscheid moet nemen. Daar moet ik nog maar niet aan denken. Behalve de leegte die ik nu voel zonder de kinderen (de meesten komen pas over 5 weken terug), verlang ik nu ook meer naar familie en vrienden. Kon ik maar even langs komen voor een dikke knuffel en een zoen! Dit is natuurlijk ook niet zo gek na 7 maanden.

Terug naar de orde van de dag en dat staat of ligt op het land, gewillig voor de kraaien of de mens (als die er op tijd bij is dan!). Het oogsten van je voedsel om te kunnen overleven, dat is de zorg van elk gemiddeld Ghanees gezin op het platteland in deze tijd van het jaar. Alles moet daarvoor wijken! Dus David heeft geen medelijden met onze kinderen die mij teleurgesteld aankijken, als ook zij inzien dat de geplande en welverdiende vakantie niet door kan gaan, vanwege de werkzaamheden die moeten worden verricht. Een inschattingsfoutje van maar liefst 2 weken, nu we met minder man(lees; kind)kracht zijn en er meer mais is gezaaid dit jaar. Ik voorzag allang dat de krappe en vooral optimistische planning van David niet binnen de werkelijke tijd gehaald ging worden, maar koppig en eigenzinnig als hij is, gaf hij daar geen oor aan, totdat het tegendeel werd bewezen. Dus de boodschap naar de kinderen is simpel; ‘We gaan nergens heen, voordat al het werk naar behoren is gedaan en af is!’. Wanneer het werk daadwerkelijk klaar zal zijn weet nog niemand. Ik ga vervolgens in discussie met David, omdat ik vind dat hij zijn belofte naar de kinderen niet zomaar kan intrekken en tenminste duidelijkheid moet geven over of ze überhaupt nog wel gaan. Want voorspelbaarheid en consequent handelen zijn voor een kind, pedagogisch gezien, een van de belangrijkste opvoedingswaarden/-vaardigheden, zo heb ik geleerd tijdens mijn studie. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ze hem de volgende keer niet meer geloven of serieus nemen, als hij eerst een belofte doet en die weer net zo makkelijk intrekt en vervolgens de afloop of uitkomst open laat. De motivatie om goed en hard te werken wordt op deze manier ook niet positief beïnvloedt, naar mijn idee. En dit is natuurlijk niet de eerste keer dat het zo gaat, begrijp ik ook uit de onverschillige reacties van de kinderen. Maarrr…, ik kijk er natuurlijk weer met mijn westerse blik naar! David slaat al mijn overtuigingen gemakkelijk in de wind en komt weer met het cliché dat mijn westerse visie op de dingen hier in Afrika, niet opgaat. Waarheid als een koe, dat weet ik nu ook wel, maar is dat dan met alles zo??! We hebben het toevallig wel over mijn vakgebied en ik heb er toch niet voor niks 3 jaar voor geleerd, dacht ik zo! David twijfelt ook niet aan mijn academische kennis, maar theoretisch gezien is al mijn vergaarde kennis met name gebaseerd op westerse wetenschappelijke literatuur en onderzoek, dus TJA….. wat kun je anders nog doen dan luisteren naar deze man, die spreekt als ervaringsdeskundige en specialist van zijn eigen cultuur en overtuigd is van zijn gelijk?? Het is dus vooral weer een eenrichtingsverkeer, wat erg vermoeiend kan zijn, maar van de andere kant ook zeer leerzaam en inspirerend. Uit dit ellenlange betoog van David, als voorbeeld nemend, steek ik weer nieuwe dingen van de Ghanees/ Afrikaanse cultuur op en haal ik tevens belangrijke levenslessen. Zoals wij in onze georganiseerde samenleving hebben geleerd te plannen, bezig zijn met tijdmanagement en proberen het leven te sturen en te controleren, omdat we de bronnen (we zijn al voorzien in onze eerste levensbehoeften) en middelen daarvoor hebben, leren de kinderen hier van jongs af aan met alle kleine beetjes dat ze hebben hoe ze kunnen overleven van dag tot dag, de dag te nemen zoals ie komt en accepteren van onverwachte situaties. Dus niks geen voorspelbaarheid! Enkele gezegdes, geven dit verschil tussen deze totaal tegengestelde levensstijlen en werelden mooi weer denk ik: “God gave the Europeans watches and the Africans time.” en “Life is what happens to you, while you are busy making other plans.” Wij zijn altijd opzoek naar zekerheid en als we die zekerheid denken te hebben, zijn we bang het weer te verliezen, terwijl verandering de enige zekerheid is die we hebben en ontwikkeling bevorderd. Dus de manier van leven hier staat, volgens mij, dichter bij de essentie van het leven, namelijk; OVERGAVE aan het leven!! Het is bovendien mijn eigen levensmotto; ‘Go with the flow!’. Meevaren met de (levens)stroom, in plaats van tegen de stroom in zwemmen is de boodschap en kern van het Taoïsme heb ik laatst gelezen. Ik sta hier helemaal achter en het geeft me kracht en hoop in moeilijkere tijden. Zo heb ik toch mijn eigen geloof ontwikkeld, dat me ook steun en troost kan geven, wanneer ik dat nodig heb. Het aanvaarden van je lot, dat niks voor niks is dus dat alles wat je meemaakt (zowel positief als negatief) wel een reden zou hebben en ergens goed voor is. Waarschijnlijk omdat je ervan moet leren en het je als mens verrijkt. Het zou zo wel moeten zijn, denk ik dan.

Dus genoeg stof om over na te denken, veel gedachten door mijn hoofd en emoties door mijn lijf de laatste tijd. Dan heeft dat zware veldwerk ook een persoonlijk nut, want naast ploegen, zwoegen en zweten is het ook bevredigend werk. Je voelt tot in het puntje van je tenen dat je met je hele lijf hebt gewerkt, de modder in je haar en aarde onder je nagels tonen aan dat je in de natuur, aards werk hebt verricht en geleverd, waar je weer van kan leven omdat je voor je eigen eten hebt gezorgd en aan het einde van de dag val je moe en voldaan als een os in slaap tot de zon weer opkomt. Leven in het ritme van de natuur gaat vanzelf en voelt goed en gezond!

Verder…. na 22 juli afscheid te hebben genomen van mijn lieve broer en vriendin in Zuid-Afrika, heb ik geen landgenoten meer om me heen gehad dus in plaats van Nederlands hoor ik alleen nog Ewe, Engels en Duits om me heen. Helaas ben ik het Ewe nog niet zo machtig dat ik me in deze taal kan uitdrukken dus doe ik dat met name in het Engels, aangezien Duits ook nooit mijn favoriete taal is geweest. En dat maakt dat ik weer in het stadium van denken en dromen in het Engels ben beland. Dit voelt toch wel weer als een lichte vervreemding van mijn eigen moedertaal, aangezien ik me laatst zelfs betrapte op het in mezelf scheldend (iets harder dan bedoeld) in het Engels; ‘What an stupid idiote!’ Bedoeld voor 1 van de vele roekeloos rijdende trotro chauffeurs natuurlijk. Maar goed, dit hoort waarschijnlijk ook bij het integratieproces. Toch heb ik na 8 maanden van kennismaking en ervaring in de Ghanese cultuur en onder de Ghanese zon nog steeds niet die zwarte huid en huidskleur van de mensen hier overgenomen. HELAAS!! In veel situaties zou ik willen dat dat wel zo was, aangezien het met die blanke huid zo moeilijk aanpassen en integreren blijft, want je blijft ZO altijd een buitenstaander. Best irritant dat mensen je na al die tijd nog steeds zo speciaal en bijzonder vinden en overal waar je loopt roepen en wat van je willen. Ze blijven je als anders zien, dus ook anders behandelen. Die witte kleur blijft gewoon opvallen en afsteken tegenover het overheersende pikzwarte hier. Het zou ook veel praktischer zijn, want die huid is nou eenmaal dikker, sterker en zonbestendiger dus een betere bescherming tegen het ruwe buitenleven hier. Bijvoorbeeld als bescherming tegen bladeren, stenen en takken of als je met blote voeten gaat voetballen, zoals iedereen hier doet (dan was het vel onder mijn voet gewoon blijven zitten i.p.v. finaal afgescheurd met groot bloedbad tot gevolg. Maar geen zorgen, mijn voet zit er nog aan en het zag er ernstiger uit dan het was). Maar ik ben nu eenmaal ‘anders’ en niet 1 van hun en dat vind ik nog steeds moeilijk af en toe om te accepteren en me bij neer te leggen. Dit maakt het leven hier niet altijd even gemakkelijk en leuk, want ik ben degene die me altijd en voortdurend moet aanpassen in alle situaties. Dit is natuurlijk logisch, want ik ben op bezoek in dit land, dus heb ik me al die tijd dan ook keurig weten te voegen, maar ik merk dat ik er ook wel moe van wordt en mijn flexibiliteit en geduld minder worden. De mensen lijken zich meestal ook niet te beseffen hoe het is om als blanke hier tussen alle Ghanese mensen te zitten. Ze zijn met name jaloers op je huidskleur en lijken alleen de positieve kanten van die kleur te zien en denken dat alles leuk, aardig en gemakkelijk voor je is. Nou, ik kan je zeggen dat het na 8 maanden af en toe schijt irritant kan zijn en het mijn neus uitkomt allemaal! Dit zijn de momenten dat ik weer naar Nederland verlang, omdat iedereen je daar ‘gewoon’ begrijpt en je je ‘gewoon’ kan vertonen en gedragen, zonder dat mensen vragen wat je doet, waar je vandaan komt of waar je heen gaat. Soms wil ik hier uitschreeuwen dat ik ook een mens ben, met een bepaalde achtergrond en cultuur met bijbehorende normen en waarden. Misschien dat zij daar ook een beetje rekening mee kunnen houden?? Maar ach, ik moet maar accepteren zoals het is en het er mee doen, want voor ik weet zit ik echt weer in Nederland waar alles zo gewoon, normaal en saai is!

In deze, voor mij moeilijkere periode, is het daarom goed om er af en toe eens UIT te gaan dus besloot ik kort voor mijn vertrek, 28 augustus, er een weekje in mijn eentje op uit te trekken. Ook aangezien het de laatste officiële vakantieweek was en nog steeds stil en rustig in en rond het weeshuis. Naast alle noodzakelijke werkzaamheden op het land, die voor de overgebleven kinderen gewoon onophoudelijk doorgingen, was er niet al te veel te doen. Dus zag ik mijn kans om gedurende dit hele jaar in Ghana toch iets meer dan alleen de Volta Regio van dit land te zien. Ik besloot de westkust af te gaan tot aan de grens met Ivoorkust dus kruiste ik Ghana in zijn verste breedte van Zuidoost (aan de grens met Togo) naar het uiterste puntje van de Zuidwest kant. Van Agbozume eerst naar Big Ada, waar ik in mijn nieuwe rol als architect mijn goed geschetste tekening (al zeg ik het zelf;) van de poort, die voor de nieuwe school moet komen, aan Eric (van Stichting Bouwen) ging voorleggen en bespreken. Daar weer ff in het Nederlands kunnen kletsen en verwend met een lunch met Nederlandse hagelslag, kaas en bananencake toe. Mmm! Daarna door naar Accra, waar ik de nacht doorbracht in het bekende en goedkoopste hostel in de stad van het Leger des Heils (= Salvation Army). De kans op friet + hamburger liet ik daar natuurlijk niet liggen. Heel toevallig een vrijwilligster uit Aflao (vlakbij Klikor) tegengekomen dus dat werd een spontaan en gezellig biertje om het weekend mee in te gaan. De volgende dag vroeg op van Accra, Cape Coast en Elmina naar Takoradi (waar mijn lieve ome Janus gevestigd is geweest toen hij in het leger diende. Helaas kan ik mijn ervaringen met hem hierover niet meer delen.) Van Takoradi door naar Agona Junction, waar ik een tijd moest wachten op een trotro (want het was zaterdag) richting Dixcove en Akwida. Een zeer slechte en onverharde weg leidde me naar mijn eindbestemming, de onder reizigers/vrijwilligers veelgenoemde en favoriete Green Turtle Lodge, direct aan het oogverblindende strand net voor het schilderachtige vissersdorpje Akwida. Niemand had teveel gezegd over deze plek! Genietend aan de zee met een overheerlijke maaltijd, biertjes en mijn twee nieuwe Duitse vrienden (een jurist en doktor, die bij de Duitse ambassade in Accra werken). Een mooie en gezellige avond met iets teveel drank en sigaretten, bleek de volgende dag vooral. Had lange tijd niet meer zo’n kater gehad (ben ook niks meer gewend) dus daar ging alle gezonde levenslust! Maar het was toch geen straf om uit te brakken met de frisse zeewind op het strand. De volgende dag terug naar Agona om verder richting de grens met Ivoorkust te reizen. Al wachtend op een trotro komt er een jongeman op mij af en vraagt of ik Sister Nora ben. Verbaast kijk ik hem aan; ‘How do you know me?’ De jongeman brabbelt wat dat hij ook heeft lesgegeven in Klikor dus ik denk; ‘het zal wel’. Er zijn wel meer mensen die mijn naam roepen daar, terwijl ik bij god niet weet wie dat zijn. Toch blijft het vreemd, zo ver van huis, ergens in Ghana….iets later….komt er ineens een bekend gezicht op me aflopen. HUH!! Een neef van twee jongens uit het weeshuis, die ik in Klikor heb leren kennen. Totaal perplex en verbaast kijken we elkaar aan. Echt bizar, maar super leuk om hem weer te zien. Alsof we dromen lopen we langs elkaar door de markt in Agona. Na een dag vis verkopen op de markt, neemt hij me mee naar zijn hometown Bau Gwau, net voor de grens met Ivoorkust, mijn geplande richting. Zoiets toevalligs is toch niet te geloven! Laat in het donker komen we aan…..Er is geen licht of elektriciteit en ik zie alleen enkele bamboehutjes door de mist en talloze palmbomen heen. Het is stil, op het ruizen van de zee na….Wat een magische en prachtige plek!! Ik word warm verwelkomt door zijn moeder en andere familieleden, waarvan de meesten geen woord of slechts enkele woorden engels spreken. Kleine kinderen beginnen te huilen, omdat ze nog nooit een blanke in hun leven hebben gezien, maar ik voel me gek genoeg op mijn plek en geen moment ongemakkelijk. Peter’s moeder heeft heerlijk voor ons gekookt; Fufu en verse palmnutsoep met vis. De andere kinderen van het weeshuis (ze zijn daar met vakantie bij familie) komen me begroeten en zijn ook helemaal verbaast om me te zien. Na een heerlijke ‘bucket shower’ slaap ik op een groot foame matras op de grond naast de moeder in haar bamboehut. S’nachts is het zoeken in het donker naar een plekje tussen de palmbomen, want er is geen w.c. (zelfs geen gat in de grond of ‘urinal’ alleen bestemd ‘to urinate’, ja die woorden heb ik dus ook aan mijn vocabulaire toegevoegd.hihi!) dus komt het erop neer dat je ‘anywhere you feel like’ je behoefte kunt doen. Zelfs op klaarlichte dag open en bloot op het strand! Daar kan ik toch nog steeds niet aan wennen! Net als onderweg, naast de trotro langs de kant van de weg, waar iedereen je kan zien. Elke vrouw hier gaat staan, spreid haar benen, tilt haar rok omhoog, schuift alles aan de kant en plassen maar en niks afvegen hoor. Dat kan je dus niet van deze ‘Yevu’ vragen, want die tactiek heb ik nog geheel niet onder de knie, het resultaat is namelijk dat alles onder de knie nat is. Shit! En wat als je dan echt moet poepen?? Niks voor mij dus. Haha! Op dit minpuntje na, is het leven in de natuur, tussen de palmbomen en aan de zee helemaal iets voor mij….zo VREDIG en VRIJ!! Ik ben meteen helemaal ‘Zen’ en voel me 1 met de natuur. Als ik zwart was geweest had ik me daar onder de visserfamilies gesetteld! Maar ik voel me al bevoorrecht dat ik een dag uit het leven van deze mensen mag meemaken…. een unieke en uitzonderlijke ervaring! Het lijkt een fysiek zwaar, maar gezond leven in een kleine wereld zonder t.v., internet, winkels, stromend water, maar in plaats daarvan; zee, waterput, vissersboten, -netten, touwen, bamboe, veel kokosnoten en vis. Genoeg om van te leven! Elke dag gaan vaders met hun kinderen de zee op in hun vissersboot. De rest van het dorp, zowel jong als oud, helpt met grote visnetten uitzetten en weer binnenhalen aan de kustlijn. De mannen moeten hierbij veel trek- en zwemkracht verrichten, terwijl de vrouwen op het strand de visvangst verdelen en opvangen om het daarna schoon te maken en te bereiden. Wat overblijft is voor de verkoop op de markt. De opbrengst wordt onder alle familieleden, die mee hebben geholpen, verdeeld. Mijn conclusie; Een leven in balans en in eenheid, met elkaar en met de natuur, maar met weinig ontwikkelings-/ en keuzemogelijkheden zonder toegang en beschikbaarheid van educatie en informatie over en van de buitenwereld. De enige optie is visser worden en elke dag in hetzelfde ritme voor je eigen voedsel zorgen. Toch maar niet voor mij, maar met pijn in mijn hart verlaat ik en neem ik afscheid van deze bijzonder mooie, pure en unieke plek en van de warme, zorgzame en gastvrije mensen! ‘Akpe ka ka ka’ (= ‘super bedankt’ in Ewe)!!

De onverharde weg leidt me verder langs Warf aan de Tana Lagoon (= Ivoorkust) tot aan het laatste dorpje aan de westkust van Ghana, New Town. Hier begon mijn lange weg terug naar Accra, genoeg tijd om na te denken en verder te dromen….

…..Al reizend langs the westkust van Ghana denk ik aan een niet Ghanees, maar favoriet en veel gehoord nummer onder de mensen hier: ‘Dream BIG, as BIG as the ocean blue…’. Hier ontkom ik gewoon niet aan, want ik lijk in trans door de schoonheid, de rust, het vredige, het geluid van het ruizen van de zee en de wind door de palmbomen en het eindeloze zicht over de Atlantische Oceaan. Wauww, wat heeft de wereld toch veel pracht in zich! Zo zonde als je hier niet vaak genoeg van geniet, dus neem ik mijn tijd en voel me een gelukkig en rijk mens.

Onder invloed van een gevoel van oneindigheid, overgave en een scheutje drank 😉 lijken mijn hersenen gedwongen GROOT te denken en te dromen….Een uitstekende plek voor een mooie lodge, waar toeristen het Ghanese traditionele leven en de cultuur kunnen opsnuiven en volop kunnen genieten van de rust en natuur, terwijl de bevolking kan profiteren van nieuwe voorzieningen en faciliteiten. Een project die de mensen in de communities versterkt en perspectieven biedt door het aanbod van educatie, training, informatie en medische zorg. JA, dit is mijn droom en…… ‘I will live my dream!!’

This entry was posted in 2009. Bookmark the permalink.

Comments are closed.