Terug bij mijn Ghanese familie: Friends Home!

Na dik 2 jaar wachten, dromen en verheugen (vanaf het afscheid in januari 2010) was het dan eindelijk zover; de dag waarop ik me met mijn Ghanese familie zou herenigen! Afgelopen vrijdagochtend vertrok ik om 7.00 uur van huis in Ekwamkrom, waar ik de afgelopen 2 weken me al aardig heb gesetteld en thuis voel bij Kelly in huis. Met de taxi eerst naar de stad Agona Swedru om vandaar een directe bus naar Tema te nemen. Dat leek me slim om het drukke verkeer in Accra (de hoofdstad) te mijden. Helaas pakte dat iets anders uit.  De Tema car (trotro) zat niet snel vol dus na een uur stond ik nog steeds naast het busje te kijken (en zij naar mij;) hoe ze ook nog een grote koelkast met een paar dunne touwtjes aan de achterkant van de bus probeerden vast te binden. Super gevaarlijk vond ik en ik sprak mezelf uit naar de Ghanezen die met man en macht die immense kast optilden en probeerden vast te binden. Een klein hobbeltje en ik zag die hele koelkast al op de weg donderen met al het verkeer achter ons. Natuurlijk werden mijn zorgen niet serieus genomen, werd het afgedaan met “no worries!” en werd ik gecommandeerd in te stappen. Ik wist dat ik hier niks tegen kon inbrengen, dus accepteerde de situatie en ging zitten. Bijna 2 uur later passeerde ik weer mijn net nieuwe thuis in Ekwamkrom en waren we eindelijk op weg naar Tema, waar ik met een omweg en alle drukte in het verkeer 3 uur later pas aankwam. Toen bleek ik op het verkeerde station te zijn en moest ik weer een andere trotro pakken naar de rotonde. De trotro naar Aflao (de grens met Togo) zat net vol toen ik aankwam dus ik kon weer voor een leeg busje beginnen met wachten. Flink bezweet, al moe van al het wachten en de lange rit, een volle blaas en een niet zo volle maag vroeg ik me hardop af hoe lang het nu weer zou gaan duren voordat we konden vertrekken. Alwetende dat dit soort vragen helemaal geen zin hebben in Afrika, want niemand weet hier precies het antwoord op en iedereen lijkt het zonder teveel energie te verspillen aan frustraties en (zogenaamde) haast, moeiteloos te aanvaarden. Een jongeman sprak me dan ook streng toe dat ik als blanke westerling de “African-way” moest leren kennen. Alsof ik die niet allang ken! Maar hij had gelijk; ik moet me weer opnieuw leren aanpassen en voegen naar deze standaard, zonder teveel klagen en frustratie, want daar schiet je niks mee op en heb je alleen jezelf mee. Toch, na ditmaal gelukkig maar een uurtje puffen, zweten en afzien, kon ik opgelucht ademhalen in een airco-busje op weg naar mijn eindbestemming Klikor-Agbozume (Volta Regio). Weer drie uur later zat ik met mijn handen vol met verse broden op een motor-bike richting het kindertehuis; Friends Home. Na een lange reis van 8,5 uur (Tema bleek toch niet zo’n goed idee!) keek ik eindelijk in het zeer verbaasde gezicht van David (projectmanager), die een paar keer vroeg of ik echt Noor van Hout was en of hij niet droomde. Met een enthousiast onthaal was de terugkeer en hereniging met mijn Ghanese familie en kinderen eindelijk niet langer een mooie droom en een groot verlangen. Het was werkelijkheid en het voelde als thuiskomen!

Grappig hoe alle kinderen op hun eigen manier reageerden op mijn weerzien;  de 1 in shock, verbaast en verlegen waar de anderen je rennend en gillend in je armen komen vliegen! Sister Nora is back!, ging het al snel door de zanderige, stoffige straten in de gemeenschap. Op mijn beurt was ik ook verbaast om te zien hoe vooral de jonge kids waren gegroeid als kool. De allerkleinsten, zo groot en slank, zonder baby vet en een andere gelaatsuitdrukking. Kleine Peace is geen Dikkie Dik meer en ook geen ‘drama Queen of kleine clown’ , maar al erg volwassen voor haar leeftijd (bijna 7 jaar). Sophia is geen jong meisje meer, maar een jonge, sterke en trotse vrouw! De jongens waren bijna allemaal een kop groter gegroeid, om al niet over hun groeiende spierbundels te spreken en hun lage, zware stemmen. Bijna iedereen was in het huis en met vakantie, maar de dagelijkse gang van zaken ging natuurlijk gewoon door. De kinderen in form 3 van Junior High School moesten zich voorbereiden voor hun eindexamen deze week, de andere kinderen moesten cassave planten op de boerderij en de meiden bleven thuis om de geoogste cassave te schillen. Geoffrey, de jongen die ik in de bus heb leren rijden, heeft ondertussen  enkele andere kinderen ook leren rijden, maar hij is nog altijd de nummer 1 Ghanaian Driver. Met elkaar duwen de kinderen de bus aan. Trots en behendig stuurt Geo de bus de goede kant op. S ávonds is het ‘light off’ (de elektriciteit uit) zoals zo vaak en gebruiken de kinderen mijn telefoonlampje om in hun studieboeken te kunnen lezen. Ik zie weer niet wat ik eet, maar het is Akple, het traditionele gerecht wat ik een jaar lang elke dag heb gegeten en iets wat ik minder heb gemist de afgelopen jaren. Toch is het een vertrouwde smaak. De kinderen komen met vragen over mijn ouders, broers en Ashley (Yes Meek/Ashnoggi they haven’t forgotten about you!) en komen met verhalen als “Sister Nora, do you remember…….etc.”. Ik word blij herinnerd aan grappige maar ook droevige momenten en gebeurtenissen die we samen hebben meegemaakt en gedeeld. En ook aan de bijnamen die ze me hebben gegeven en blijkbaar nog steeds gelden: Talla, International, Funny Nora etc.

De volgende dag ga ik twee kinderen opzoeken die bij hun moeders terug zijn geplaatst. Sammy zit ondertussen op een Senior Secondary Technical School in Accra en gaat in de vakanties terug naar zijn dorp. Hij is erg verbaast en blij om mij te zien. Samen lopen we op het heetst van de dag een stuk door het land, op weg naar het huis (lees; lemen hutje) van Ernest en zijn moeder. Ik hijg en puf weer dat het zo HEET is, wetende dat ik ook de zonnebrand ben vergeten loop ik met een zakdoek over mijn schouders. Sammy merkt op dat ik deze omstandigheden niet meer gewend ben en hij heeft gelijk, het voelt altijd zwaarder in het begin en kost tijd om aan discomfort te wennen. Het is en blijft raar om te bedenken dat zij weinig anders gewend zijn.
Ernest ziet ons van ver al aankomen en sprint weg. Als Sammy hem roept komt hij uit de hut met een wit (eerder bruin-wit van de rode aarde) overhemd aan en blijft hij achter een  bosje weer even stil staan om hem dicht te knopen. Zo schattig om te zien dat ze in zulke basale, oncomfortabele omstandigheden toch nog hun best doen om goed voor de dag te komen, wanneer er bezoek wordt ontvangen, op zondag naar de kerk of als ze op bezoek gaan bij iemand. Ernest was erg blij om ons te zien. Hij gaat nu naar een andere school om daarnaast wat geld bij te verdienen met Kentey weven en voor zijn zieke moeder te kunnen zorgen. We nemen weer afscheid en ik beloof hem dat het niet weer 2 jaar duurt voordat ik hem kom opzoeken.
Na weer een stoffige motor rit terug in Klikor verga ik bijna van de dorst van al dat zweten. Doordat er weer geen stroom is kan ik zelfs nergens een koud watertje vinden. Ik besluit het in het guesthouse te proberen waar gelukkig nog wel stroom is een koude Fanta op me wacht. Ik heb nog nooit zo snel gedronken en kom erachter dat ik inderdaad flink verbrand ben door de felle middagzon. De bucket shower (geen stromend water beschikbaar) is sinds lange tijd niet ZO goed geweest!

‘s-Avonds is er een feestje georganiseerd, waarbij natuurlijk heftig wordt gedanst op de nieuwe Azonto dansmuziek. Iedereen is erg blij en uitgelaten! En de Yevu (blanke= ik) wordt letterlijk gedwongen om mee te dansen. Even later vlucht ik uit de sterke jongenshanden naar het guesthouse, waar mijn laatste nachtje van mijn bezoek in Klikor alweer in gaat. Zondag wordt er tijdens de kerkdienst nog een uitgebreid maal gekookt als afscheid en moet ik iedereen weer gedag zeggen. En ook al weet ik dat het niet opnieuw 2 jaar gaat duren voordat ik ze weer zie, voel ik toch weer die knoop in mijn maag. Maar het positieve gevoel van het weerzien overheerst en met een voldaan gevoel begin ik weer aan de lange terugreis naar de Central Region. De weg naar Accra mag dan eindelijk geasfalteerd zijn, maar met al die hobbels in de dorpen staat de trotro bijna stil, zodat het nog bijna 4 uur duurt. Het is het heetste uur op de dag en de zon schijnt door het raampje op mij, mijn benen zitten klem tegen de zitting voor mij en onder mijn bank hoor en ruik ik de 2 stinkende en blèrende geiten. Het is weer even flink afzien, maar het was de reis meer dan de moeite waard en die geiten onder mij hebben het nog veel zwaarder, bedenk ik mij.  Gelukkig wacht Kelly me op in Accra en kunnen we gezellig kletsend over onze verschillende weekenden de reis gezamenlijk voortzetten., terug naar Ekwamkrom.

This entry was posted in 2012. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *